Wat zijn de fiscale gevolgen bij meewerken in de zaak?

PricewaterhouseCoopers verzorgt in 'de Ondernemer' een fiscale vragenrubriek. PricewaterhouseCoopers is een wereldwijd toonaangevende organisatie op onder meer
het gebied van accountancy en belastingadvies. De vestigingen in Bergen op Zoom en Breda dragen zorg voor de inhoud van deze maandelijkse rubriek. Mr. Rick
Mijnsbergen en Mr. Marco Vermeulen zullen uw vragen persoonlijk beantwoorden. Vragen kunt u richten aan: 'de Ondernemer', Postbus 3805, 4800 DV Breda. Voor
actueel belastingnieuws: www.belasting.nl

Mr. Rick Mijnsbergen, PricewaterhouseCoopers N.V.
Vraag aan Mr. Rick Mijnsbergen:
Een zestal maanden geleden ben ik een cadeauwinkel gestart. Mijn vrouw doet de administratie en staat wel eens in de winkel als ik naar een beurs ben. Wat adviseert u ons in deze
situatie? Wij hebben namelijk nog niets geregeld.
Antwoord:
In het navolgende zullen wij ingaan op een drietal mogelijkheden, te weten: de reële arbeidsbeloning, de meewerkaftrek en de man-vrouwfirma.
Reële arbeidsbeloning
Indien de partner van de ondernemer werkzaamheden verricht in de onderneming, kan de ondernemer ervoor kiezen zijn partner een beloning te geven. Deze beloning moet meer bedragen dan e 5.000,
omdat deze anders niet ten laste van de winst kan worden gebracht. De beloning moet ook zakelijk zijn. Dit is het geval, indien de beloning ook aan een derde die dezelfde arbeid verricht zou
worden toegekend. De werkzaamheden, die de partner verricht in het kader van de wederzijdse hulp en bijstand die echtgenoten aan elkaar verschuldigd zijn, mogen niet worden beloond. Hieronder
vallen onder andere het sorteren van de post, het bundelen en in mappen doen van stukken en het aannemen van de telefoon. Wanneer de ondernemer zijn partner een beloning toekent van meer dan
e 5.000, is deze aftrekbaar bij de ondernemer en bij de partner belast als opbrengsten uit overige werkzaamheden. Een vergoeding van minder dan e 5.000 is niet aftrekbaar bij de ondernemer,
en daardoor bij de partner niet belast.
De meewerkaftrek
Wanneer de partner van de ondernemer meewerkt in de onderneming en hiervoor geen vergoeding ontvangt, kan gekozen worden voor de meewerkaftrek. Dit betekent dat de ondernemer, afhankelijk van
het aantal uren dat de partner arbeid heeft verricht voor de onderneming, een bepaald percentage van de winst (maximaal 4%) in aftrek mag brengen. De ondernemer, die gebruik wil maken van deze
aftrekmogelijkheid moet zelf minimaal 1225 uur in het kalenderjaar werkzaamheden hebben verricht voor de onderneming. Onder "geen vergoeding" wordt mede verstaan een overeengekomen en/of verstrekte
vergoeding van minder dan e 5.000. Indien de ondernemer aan zijn partner een vergoeding van minder dan e 5.000 toekent, blijft toepassing van de meewerkaftrek dus mogelijk.
De man-vrouwfirma
Een andere fiscaal voordelige mogelijkheid is het aangaan van een vennootschap onder firma tussen u en uw vrouw. Wordt gekozen voor deze mogelijkheid dan moeten beide partners in de firma kapitaal
en/of arbeid inbrengen, een winstverdeling overeenkomen en beiden rechtstreeks zijn verbonden voor verbintenissen. Het directe voordeel van het aangaan van een vennootschap onder firma is dat de
winst over beide partners kan worden verdeeld, wat in veel gevallen qua tarief een voordeel oplevert omdat de Wet Inkomstenbelasting 2001 een progressief tarief hanteert. De gekozen winstverdeling
moet echter wel zakelijk zijn, wat het geval zal zijn als de winstverdeling is gebaseerd op ieders bijdrage aan de winst.
Een ander groot voordeel is dat beide partners de mogelijkheid hebben een oudedagsreserve te vormen en aanspraak kunnen maken op de zelfstandigenaftrek eventueel verhoogd met de startersaftrek. Er
moet dan wel zijn voldaan aan het urencriterium, wat inhoudt dat beide partners in het kalenderjaar minimaal 1225 uur moeten besteden aan het voor eigen rekening drijven van de onderneming. De uren
die meetellen voor het urencriterium zijn in beginsel alle ten behoeve van de onderneming gemaakte uren, dus ook de uren die worden besteed aan administratieve werkzaamheden, het verrichten van
schoonmaakwerkzaamheden, voorbereidingsuren, wachturen en inefficiënte uren. De uren, die niet meetellen voor het urencriterium zijn de uren die zijn besteed aan werkzaamheden, die hoofdzakelijk
van ondersteunende aard zijn.
Het samenwerkingsverband dient tevens niet ongebruikelijk te zijn. Bij de vraag of een samenwerkingsverband ongebruikelijk is, moet vooral worden gelet op de werkzaamheden die worden verricht. Het
gaat er bij de man-vrouwfirma vooral om of zowel de ene als de andere partner de onderneming bij dezelfde werkverdeling zou kunnen voortzetten met een willekeurige derde zonder dat hierdoor een
ongebruikelijke situatie ontstaat. Volgens de fiscus komen samenwerkingsverbanden niet of nauwelijks voor bij onder andere de volgende beroepen: artiesten, rijschoolhouders, beeldende kunstenaars,
pedicures, schoonheidsspecialisten en sportschoolhouders. Voorbeelden van gebruikelijke samenwerkingsverbanden zijn die tussen een tandarts en een mondhygiëniste en een tandarts en een orthodontist.
Voor de ondernemer, die voornemens is een samenwerkingsverband aan te gaan met zijn partner is het dus zaak te onderzoeken of het samenwerkingsverband niet ongebruikelijk is, zodat beiden optimaal gebruik
kunnen maken van de fiscale ondernemersfaciliteiten.
Afhankelijk van de werkelijke situatie en de ontwikkeling van de onderneming dient bekeken te worden welke van de drie genoemde mogelijkheden het meest passend is en u het meeste voordeel biedt. Overleg
met uw belastingadviseur is dan ook aan te raden.
|